Op 23 maart jl. heeft de eerste kamer drie wetsvoorstellen aangenomen met gevolgen voor het huurbeleid van de komende jaren. In dit artikel bespreek ik de betreffende wetsvoorstellen.

 Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten

Dit wetsvoorstel bevat belangrijke wijzigingen die gelden voor de komende drie jaren:

  1. Huurverhogingen in de vrije sector worden gemaximeerd tot de inflatie + 1%. De huurder van een vrije sector woning kan zich bij geschillen over de huurverhoging tot de huurcommissie wenden. Voorheen was dat niet het geval voor vrije sector woningen en mocht de huurcommissie alleen iets zeggen over huurovereenkomsten in de sociale sector. De drempel voor de huurder is nu lager dan voorheen, want toen moest de huurder naar de rechtbank om te klagen over een voorgestelde huurverhoging. Dat kost relatief veel geld als het wordt afgezet tegen de huurverhoging die werd aangezegd. De huurder kan nu dus eenvoudig een verhoging laten toetsen.
  2. Huurders van vrije sector woningen kunnen ook voor geschillen over huurverhoging na renovatie naar de huurcommissie. Dit was voorheen alleen het geval voor huurders van sociale huurwoningen. Ook dit maakt de drempel voor de huurder lager. Voor verhuurders kan dit meer procedures opleveren.
  3. Op grond van de huidige wet is het mogelijk om als verhuurder van een vrije sector woning een aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst te doen, inhoudende (enkel) een verhoging van de huurprijs, ingeval de huurprijs achterblijft bij de markthuur.  Voor sociale huur gold dat zo’n aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst níet slechts een wijziging van de huurprijs mocht inhouden. Dat artikel wordt met het wetsvoorstel in die zin gewijzigd dat ook in geval van een woning in de vrije sector het aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst níet alleen een wijziging van de huurprijs in mag houden. Dit is geen goed nieuws voor verhuurders die weliswaar in de vrije sector verhuren, maar onder de markthuur zijn blijven steken, en graag de huur willen optrekken naar marktniveau.

 

Wet tijdelijke huurkorting

Zowel de huurder van een sociale huurwoning als de huurder van een vrije sector woning kan, als hij in financiële problemen zit, aanspraak maken op een tijdelijke huurkorting, tussen één maand en drie jaar.  Na afloop van de tijdelijke verlaging kan de verhuurder de huurprijs weer verhogen naar de oorspronkelijke huurprijs. De verhuurder mag ook de huurverhoging die hij vanwege de kortingsperiode niet had doorgevoerd, alsnog doorvoeren. Evenwel mag hij niet met terugwerkende kracht de verleende huurkorting alsnog in rekening brengen. Feitelijk mag de verhuurder de huurprijs dus terugbrengen op het niveau als ware de jaarlijkse huurverhogingen gewoon doorgevoerd. Als de korting langer dan drie jaar duurt dan is deze blijvend geworden, en mag verhuurder alleen nog over die lagere huurprijs de reguliere huurverhoging doorvoeren.

In dit wetsvoorstel is tevens opgenomen dat huurders met een tijdelijke huurovereenkomst de mogelijkheid hebben deze te verlengen tot 1 juli 2021. Al eerder zijn dergelijke verlengingsperiodes – in verband met corona – ingevoerd. Nu is dit dus mogelijk tot 1 juli 2021.

Wet wijziging van de huurverhogingsmogelijkheden en hogere inkomensgrenzen Woningwet

Deze wijzigingen hebben betrekking op sociale huurwoningen. De inkomensgrens voor sommige huishoudens wordt gewijzigd om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen te verbeteren. Verder wordt de inkomensafhankelijke huurverhoging aangepast, en wordt het mogelijk de huur van een woning met zeer lage huur meer te verhogen met als doel om versneld tot een betere prijskwaliteitverhouding te komen.

Wanneer deze wetten in werking treden is nog niet bekend. We houden u daarover op de gebruikelijke manier op de hoogte.