Amsterdam en vier andere grote steden willen meer instrumenten om misstanden bij verhuur van woningen, zoals te hoge huren, slecht onderhoud en discriminatie aan te kunnen pakken. Ze vragen het demissionaire kabinet een systeem van verhuurvergunning in te voeren.

De wethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven laten demissionair minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) in een gezamenlijke brief weten dat steden meer middelen nodig hebben om de huurmarkt een beetje onder controle te kunnen houden. “We willen echt iets kunnen doen tegen verhuurders die te weinig onderhoud plegen, te hoge huren vragen of discrimineren bij de selectie van huurders,” zegt de Amsterdamse wethouder Laurens Ivens (Wonen).

De vijf steden kampen met vergelijkbare problemen op de woningmarkt, waarbij de huren veelal hoog zijn, de vraag naar woonruimte groot en veel huizen door beleggers voor verhuur worden opgekocht.

Wetsvoorstel gaat niet ver genoeg

Minister Ollongren erkent inmiddels dat de leefbaarheid in delen van de grote steden onder druk komt te staan als beleggers te vaak toeslaan en koophuizen opdelen in appartementen of kamers om die  veelal te verhuren aan groepen:  wat wordt aangeduid met de Engelse tem buy-to-let. In Amsterdam valt inmiddels één op de vijf verkochte huizen in handen van zogenoemde buy-to-letbeleggers.

Ollongren heeft daarom een wetsvoorstel ingediend om de gemeenten de mogelijkheid te geven deze opkoop van woningen te verbieden in wijken waar te weinig goedkope of middeldure woningen beschikbaar zijn.

De vijf wethouders zijn blij met zo’n opkoopverbod, omdat ze dan kunnen voorkomen dat starters op de koopmarkt moeten opboksen tegen beleggers met diepe zakken. Bovendien drijft buy-to-let de prijzen op, schrijven ze. Maar ze vinden dat Ollongren verder moet gaan. Zo geldt het verbod voor drie jaar. “Dat is te kort,” zegt Ivens. “Voordat we de bureaucratie hebben opgetuigd, zijn we al drie jaar verder.” De wethouders pleiten voor een verbod voor onbepaalde tijd.

Daarnaast vragen ze de minister een algehele verhuurvergunning in te voeren. Gemeenten kunnen dan voorwaarden verbinden aan zo’n vergunning, zoals goed verhuurgedrag, geen abnormale huren en een verbod op discriminatie. Verhuurders die zich hieraan niet houden, raken hun vergunning kwijt. Uiteraard vergt dit een duidelijke definitie van een ‘normale huur’ en moeten gemeenten de vergunningsplicht ook handhaven. Huiseigenaren moeten in Amsterdam ook een vergunning aanvragen voor vakantieverhuur.

Positie huurder moet sterker

Ollongren wil met haar wetsvoorstel verhuurders de mogelijkheid bieden om tijdelijke huurcontracten aan te bieden voor drie jaar, in plaats van twee. De wethouders vragen haar hiervan af te zien, onder meer vanwege de onzekere positie van een tijdelijke huurder.

Dat de minister sinds vorige week demissionair is, hoeft volgens wethouder Ivens geen beletsel te zijn om de voorstellen van hem en zijn collega’s te verwerken in haar wetsvoorstel.

AD, Michiel Couzy